Voorleesverhaal
Noah Klein
Ricky
en de worteltjes
Aan de
rand van het bos woonden vier kleine konijntjes. Ze heetten
Robbie, Roosje, Ruud en Rick. Net als alle kinderen waren ze soms
heel lief maar ook wel eens stout. Op een morgen vroeg hun
moeder, mevrouw Konijn, of ze de boodschappen wilden doen.
"Als jullie naar het grote veld gaan kunnen jullie daar
groente, fruit en vers bronwater halen," zei ze. "Hier
kunnen jullie mee betalen." Uit haar portemonee haalde ze
twee klavertje-vier blaadjes.
"Goed mamma, laat dat maar aan mij over," zei Ricky,
die de oudste was, en hij stak de klavertjes in zijn broekzak.
Hun moeder gaf ze een kus, en weg sprongen ze. Na een tijdje
stond Ricky stil en zei tegen de anderen: "Zullen we een
wedstrijd houden? Wie het eerst bij het veld is!" "Goed
idee! Wie het laatst bij het veld is is een wezel!" riep
Roosje. "Klaar voor de start... af!"
En ze vlogen er vandoor. Ruud liep vooraan, daarachter kwam
Roosje, en tenslotte Robbie, de jongste. Ruud dacht al dat hij de
race gewonnen had, maar Roosje haalde hem in. Met een grote
sprong vloog ze over Ruuds hoofd het veld op.
"Ik heb gewonnen!" riep ze met een vreugdesprong.
"Ik ben tweede!" hijgde Ruud. "Poeh! Ik ben
doodop!" pufte Robbie, en hij viel neer in het gras.
"Nou, jij bent de wezel, Ricky," zei Roosje tegen
Ricky. Maar Ricky was er niet. Ze gingen terug om te zoeken, en
riepen hem de hele tijd. Maar er kwam geen antwoord. Tenslotte
hoorden ze een merkwaardig geluid vanachter een heuveltje.
"Burp!" En jawel, dara lag Ricky, temidden van een
grote bos afgekloven wortels. Hij grijnsde naar hen. "En wie
heeft er gewonnen?" vroeg hij.
"Vertel liever wat er met jou gebeurd is!" riep Ruud.
"Nou, ik kwam een ezel met een zak wortels tegen, en ze
wilde ze wel verkopen voor een paar klavertjes-vier. En ik had
een reuze trek."
"Maar hoe
moet dat nou met de boodschappen?" jammerde Ruud. "Geen
zorgen, laat alles maar aan mij over," antwoordde Ricky.
"Horen jullie niets?" De vier konijntjes zaten heel
stil en spitste hun oren. Ze hoorden zachte muziek en gemompel.
"Wat is dat?" vroeg Ruud.
"Kom maar mee, dan merken jullie het wel," zei Ricky.
Nu ze dichter bij het bos kwamen klonken de muziek en stemmen
luider. Plotseling kwamen ze op een open plek: daar zgen ze iets
fantastisch. Honderen en nog eens honderden speelgoedbeesten, in
alle soorten en maten, waren daar aan het zingen en dansen, eten
en drinken, zonnebaden en dutten en voetballen. En overal stonden
grote manden met eten. Ruud, Roosje en Robbie verscholen zich
achter een struik, maar Ricky ging zich voorstellen aan de
speelgoeddieren. "Hallo, ik ben Ricky. Ricky Konijn,"
zei hij. Alle speelgoeddieren stonden stil en staarden hem aan.
"Een sprekend konijn!" zei
een van de teddyberen tenslotte. De anderen waren ook al
verbaasd; alleen een teddybeer met een gestreepte broek en een
zonnebril, die al zoveel had meegemaakt, bleef kalm. "He,
hallo jong," zei hij. "Ik heet Bruno, en ik ben jarig.
Ik geef nu een feestje. Let maar niet op mijn vrienden, ze hebben
nog nooit echte sprekende dieren ontmoet. En, kan ik iets voor je
doen?"
"Nou, het zit zo, ik moest boodschappen doen met mijn broers
en zusje, ze zitten daar achter de struik, en, tja, ik heb toen
een zak wortels gekocht en die opgegeten. Dus ik vroeg me af, eh,
of jullie..." "...Of wij jullie uit de nesten willen
halen?" vroeg Bruno. Hij keek Ricky ernstig aan. "Kijk,
dat was natuurlijk niet zo mooi van je," zei hij tenslotte.
"Maar zoveel wortels eten zal ook wel zijn gevolgen
hebben." Ricky begon inderdaad al buikpijn te krijgen!
"Maar, omdat
het nu mijn verjaardag is wil ik jou en je familie graag
helpen," zei Bruno. "We moeten onze dierenvrienden
altijd helpen." En hij gaf Ricky een flinke bereknuffel.
En zo keerden de konijntjes naar huis terug met alle boodschappen
die hun moeder graag wilde hebben, en nog veel meer. Hun moeder
maakte een heerlijke maaltijd klaar, en ze smulden er allemaal
van. Behalve Ricky dan: hij moest naar bed. Hij had zo'n buikpijn
gekregen van al die wortels!
Ga naar: