Voorleesverhaal
Annie M.G. Schmidt
Jip & Janneke
Pootje baden
© Querido, Amsterdam 1953
Kijk, zegt Jip, de jongens zijn aan het pootje baden. Ja, zegt
Janneke. Maar het zijn grote jongens. Wij doen ook mee, zegt Jip.
Wij zijn ook groot.
Hij doet zijn schoenen uit. Mag het wel? zegt Janneke.
Natuurlijk, zegt Jip. Kom, doe je schoenen uit, Janneke. Janneke
vindt het een beetje griezelig. Maar ze trekt haar schoentjes
uit. Is het niet te diep? vraagt ze.
Nee fijn, zegt Jip. Hij staat
al tot zijn enkels in het water. Er is wel veel modder zegt hij.
Zijn er geen beesten in het water? vraagt Janneke. Nee, zegt Jip,
kom nou. Dan gaat Janneke ook. Het is wel leuk. Het water is koud
maar dat hindert niet. Alleen de grote jongens zijn niet lief. Ze
plagen Jip en Janneke. Ze spatten met water. Schei uit! schreeuwt
Jip. Maar ze doen het toch. En ze proberen Janneke omver te
duwen. Eindelijk gaan de grote jongens weg. Ziezo, zegt Jip ik
heb ze weggejaagd. En hij is trots. Maar nu is er opeens toch
niet veel meer aan. Kletsnat en onder de modder kruipen Jip en
Janneke op het droge. Waar zijn mijn schoenen? roept Janneke. De
schoentjes zijn weg. Ach, ach, dat hebben de grote jongens
gedaan. Daar! roept Jip. Jannekes schoentjes hangen in een boom.
Heel hoog. Ik kan er nooit bij, zegt Janneke.
Wacht, zegt Jip, klim maar op mijn rug, dan kun je er wel bij.
Dat doen ze. En het gaat. Als Janneke op Jips rug staat kan ze
net de schoentjes pakken. He, he, gelukkig. Ze zijn zo blij.
Maar de moeder van Jip is niet zo blij. En de moeder van Janneke
is ook niet blij als die twee thuiskomen. Want ze moeten helemaal
in het bad. En de kleertjes ook.
Ga naar: